Minilop Geschiedenis

De oorsprong van de mini lop ligt in Nederland waar de fokker Adrian de Cock grote hangoorrassen zoals de franse hangoor kruiste met Nederlandse dwergen tussen 1949 en 1950.

Na jaren selectief fokken werd de eerste hollandse hangoor in 1964 tentoongesteld. Het ras kreeg de titel van kleinste hangoorras en woog slechts 2-2.5kg.

Het duurde 10 jaar voordat de hollandse hangoor door George Scott in het VK werd geïmporteerd. Scott produceerde door selectief fokken met de kleinste hollandse hangoren een mini ras voort dat hij de naam ‘Miniature Lop’ gaf.

In 1994 erkende de British Rabbit Council de Miniature Lop als ras. Het maximum gewicht van de mini lop bedraagt 1,6 kg. 

Kenmerken Minilop  

De Mini Lop moet breed en stevig zijn.

Het lichaam van de mini hangoor moet kort, breed en goed gespierd zijn met weinig zichtbare nek. De goed gespierde romp is kort en goed afgerond. De borst van de mini hangoor is breed en diep met gebogen zijkanten waar hij de schouders ontmoet, die breed en sterk zijn. De voorpoten van de mini hangoor zijn dik, kort en recht. De achterpoten zijn kort, sterk, krachtig en evenwijdig aan het lichaam gedragen. De staart van de mini hangoor is recht, sterk en goed behaard. Een kleine keelhuid is toegestaan ​​maar liever niet wenselijk.

  • Gewicht 

Volwassen MiniLop gewicht is maximaal 1,6 kg. Het ideale gewicht is 1,5 kg.

Maximaal gewicht voor jongere mini's van minder dan 5 maanden is 1.360 kg. 

 

  • Vacht

De vacht moet dicht en van goede lengte zijn, terugrollend met een overvloed aan dekharen. De poten en kussens van de minilop moeten goed behaard zijn.

  • Hoofd, kroon en ogen

De kop is breed en goed ontwikkeld. Het profiel van de kop van de mini lop is sterk gebogen met een goede breedte tussen de ogen, volle wangen en een brede snuit. De ogen van een minilop zijn helder en groot. De basale rand van de oren moet prominent over de bovenkant van de schedel verschijnen om de kroon te vormen.

  • oren

De hangende oren moeten breed, dik, goed behaard en afgerond zijn aan de uiteinden. Ze moeten dicht bij de wangen worden gedragen en van voren gezien een hoefijzerachtige omtrek geven. De binnenkant van de oren mag vanuit geen enkele hoek zichtbaar zijn als ze correct worden gedragen.